Evangelisch-Lutherse Gemeente Het Gooi

Logo PKN

Het Weidtmanorgel in Hilversum

De laatste, kleine restauratie van het orgel in de Lutherse kerk van Hilversum is in 2015 voltooid.

Geschiedenis
In verband met diverse overplaatsingen van het orgel is de geschiedenis ervan moeilijk te achterhalen: er is geen bouwcontract aanwezig, het jaartal en de bouwer zijn slechts bij benadering te noemen, terwijl exacte data pas uit deze eeuw stammen.

De orgelkast met het oudste pijpwerk wijzen zo sterk in de richting van de orgelmakers Weidtman uit Ratingen bij Düsseldorf,  at men het orgel aan hen moet toeschrijven. Het werk van drie generaties  Weidtman (1675 – 1760) vertoont zulk een continuïteit van stijlmerken, dat niet te zeggen is,  wie van de drie de maker van het orgel is geweest  Vermoedelijk dateert het orgel  van omstreeks 1700 en was Peter Weidtman der Aeltere de bouwer van nhet instrument.

Omstreeks 1850 bevond dit orgel zich in de Kapel in ’t Zand, een bedevaarstoord te Roermond. Waarschijnlijk had men het elders aangekocht. De Roermondse orgelmaker Frans Louvigny voerde in die tijd herstellingen en wijzigingen aan het orgel uit.

In de tweede helft van de 19de eeuw verving men de oude kapel door huidige neogotische kerkgebouw. De gebroeders Franssen  werden belast met de overplaatsing van het orgel van het oude naar de nieuwe kapel. Waarschijnlijk hebben zij toen het orgel vergroot in verband met de veel grotere kerkruimte.

In 1906 maakten de zelfde orgelbouwers voor de Roermondse kapel een geheel nieuw orgel  Het oude instrument verhuisde naar de kapel van het St. Aloysiusgesticht aan de Elandstraat te Amsterdam, war het tot 1942 in gebruik bleef. In dat jaar kreeg het orgel een plaats in het kerkgebouw  van de Vrijzinnig Hervormden te Hilversum. Aangenomen wordt dat A.Standaart uit Schiedam de overplaatsing verrichtte.

In 1970 door de Lutherse gemeente Hilversum gekocht en dan gerestaureerd
Toen in 1970 het kerkgebouw in andere handen zou overgaan, werd het orgel te koop aangeboden. De Lutherse gemeente Hilversum kocht toen het instrument ter vervanging van het versleten en weinig artistieke pneumatische orgel, Een grote stimulerende rol heeft de toenmalige organist van de Lutherse kerk, J.N.Cramer, in deze gespeeld.
Dat het nog bijna tien jaar zou duren voordat het orgel zijn klank in deze kerk zou doen horen heeft diverse oorzaken gehad.
In mei 1979 dateert het restauratie voorstel, opgesteld door de orgelmaker Verschueren te Heythuysen (L),  dat – na goedkeuring door diverse instanties – daarna tot uitvoering kwam. Geheel nieuw werden de windlade, mechaniek, windvoorziening, klaviatuur, registratuur en een aantal pijpen, waaronder het frontpijpwerk. De orgelkast is gecomplimenteerd met diverse panelen, deuren etc. Een aantal ornamenten  moest worden bijgemaakt. Voor dit alles stonden vergelijkbare orgels (o.m. het Weidtmanorgel in de Evangelische Kirche te Hörstgen / Duitsland) model. Het oude pijpwerk werd hersteld en op de oude kamertoonhoogte (c.a. een halve toon lager dan de thans gebruikelijke toonhoogte) teruggebracht; de meeste pijpen moesten hiertoe verlengd worden. Het nieuwe pijpwerk is in alliage en factuur aangepast aan het oude materiaal. Het manuaal klavier heeft de toetsmaat van de Weidtmanperiode en is belegd met palmhout en ebben.
Het resultaat is een zeer vitaal instrument, krachtig zonder scherp te zijn. Met slechts zeven registers op één klavier biedt het instrument een grote scala van mogelijkheden om de vele werken die in de loop der tijden voor dit type instrument geschreven zijn, ten gehore te brengen.

De dispositie van het orgel ziet er als volgt uit
Prestant 8 Fuss, discant, oud
Hollpfeife 8 Fuss, grotendeels oud
Prestant 4 Fuss, frontpijpen nieuw, binnenpijpen oud
Flöte 4 Fuss, grotendeels nieuw
Octav 2 Fuss, oud
Mixtur 1 Fuss, 3 fach, gedeeltelijk oud
Sesquialtera 2 2/3 Fuss, Bass/Discant, gedeeltelijk oud.

Alle pijpen zijn van metaal met hoog loodgehalte
Klavieromvang manuaal C, D – C ‘ ‘ ‘ , 48 tonen.
Klavieromvang aangehangen pedaal C, D – g* , 19 tonen.
Toonhoogte A ca 415, stemming naar Chaumant, 1695
Winddruk bedraagt 75 mm.

Samenstelling der vulstemmen

Mixtur C 1’ - 2/3’ - 1/2'
  c *  1’ - 2/3’ - 1/2'
  c’  2’- 1 1/3’ -  1’
  c’  4’- 2’ 2/3’ – 2’
Sesquialtera C 2  2/3’- 1  3/5’

Het orgel bevat 470 pijpen.