Hoopvol en toekomstgericht gemeentezijn in tijden van crisis? - Leren kijken met 'Zuversicht'
Kerken en de crisis van de neergang
Deze zomer hield ik me als voorbereiding op een nieuw seizoen ‘Leren van Luther’ bezig met een boek van de Amerikaanse lutherse theoloog Andrew Root, ‘Churches and the crisis of decline’ (Kerken en de crisis van de neergang). Eerder schreef ik al eens over zijn boek ‘Wachten op God’. Andrew Root geeft mij met zijn boeken steun om in onze samenleving het venster van het geloof open te kunnen houden en me niet zomaar mee te laten nemen in het natuurwetenschappelijke kader dat gericht is op het redelijk verklaarbare. Zijn manier van openhouden helpt mij om op een vrolijke, vasthoudende en volhardende manier te leren kijken waar we ons als gemeente op mogen focussen.
Openhouden van het venster van het geloof voor een geheim
Zoals het oude verhaal uit de joodse traditie ons leert: God woont daar waar je God binnenlaat. Maar daarvoor moet je in deze onze tijd een heleboel tijdgeest opzij durven te zetten. Andrew Root sluit in zijn denken nadrukkelijk aan bij de Zwitserse theoloog Karl Barth, die aan het begin en in het midden van de vorige eeuw hierin theologisch pionierswerk verrichte voor dit openhouden van het venster van het geloof en met name voor het geheim van hoe de God van de Bijbel in ons zo op verklaarbaarheid gerichte wereldbeeld de weg naar ons en ons gemeentezijn zou kunnen vinden, telkens weer. Hoe schep je ruimte voor dit geheim, dat God zich met ons verbonden heeft op leven en dood? Karl Barth steunde daarbij op een woord dat Luther in zijn vertaling van Psalm 91 gebruikte en dat eigenlijk niet naar het Nederlands goed te vertalen is: ‘Zuversicht’, wat in ruime zin betekent vol vertrouwen de toekomst tegemoet durven te gaan.
Tegen maakbaarheid en tegen het hooghouden van relevantie
Andrew Root spreekt zich uit tegen dat wat hij de maakbaarheid en het hooghouden van de ‘eigen’ relevantie van een kerk of gemeente noemt. Niet aantallen, niet leeftijdsopbouw, niet (geld)middelen, niet het aantal vrijwilligers of jongeren, niet een bekende voorganger maken een gemeente tot gemeente van Christus en de God van Israël en de Bijbel. Deze vragen horen bij de crisis die je ziet als je alleen met de blik van ons gesloten wereldbeeld kijkt.
Maar de werkelijke crisis, of letterlijk het werkelijke onderscheid maken, ligt in de vraag in hoeverre wij, eenieder van ons, zelf openstaan voor dit geheim van Gods toenadering en in hoeverre wij samen zoekend daarvan zouden willen getuigen met hoe wij gemeente zijn, met hoe wij samen vieren, dienen en leren.
Twijfel over welke God je binnenlaat hoort erbij
De echte crisis is het zoeken naar wie of wat je als God ziet. Luthers beroemde uitspraak op het sterfbed, ‘Wij zijn allen bedelaars’, leert ons bedachtzaamheid. Probeer deze enige crisis serieus te nemen, namelijk door samen telkens weer te leren onderscheiden, zoals Luther het formuleerde aangaande de Heilige Geest. Is het werkelijk de Geest van God die ons in beweging brengt of een ‘on-geest’ of tijdgeest? Samen zoeken naar het geheim, juist met alle twijfels, met al het niet weten hoe God ons vindt, mag onze koers bepalen, ook in de komende tijd. Hopelijk wel met de ‘Zuversicht’ dat het licht van de opstanding Zijn weg hoe dan ook naar ons toe vindt.
Met alle twijfels de lofzang gaande houden
Wat rest ons te doen als gemeente? In eerste instantie en goed passend bij onze lutherse traditie hier in Nederland: de lofzang gaande houden voor deze God die ons verstand en kennen te boven gaat en die zich hooguit laat ontmoeten en kennen op de manier die Hij/Zij voor ons in petto heeft. Ik hoop dat we ook in de komende tijd als gemeente met deze focus verder durven te kijken en te gaan, volhardend en met veel geduld, ook voor elkaar. Het prachtige lied van Willem Barnard dat vaak op zondag Cantate kan klinken, geeft stem en taal aan dit wonderlijke gebeuren waarvoor wij de deuren open willen houden. In ons liedboek is het te vinden als lied 655:
1 Zing voor de Heer een nieuw gezang! / Hij laaft u heel uw leven lang
met water uit de harde steen. / Het is vol wonderen om u heen.
2 Hij gaat u voor in wolk en vuur, / gunt aan uw leven rust en duur
en geeft het zin en samenhang. / Zing dan de Heer een nieuw gezang!
3 Een lied van uw verwondering / dat nóg uw naam niet onderging,
maar weer opnieuw geboren is / uit water en uit duisternis.
4 De hand van God doet in de tijd / tekenen van gerechtigheid.
De Geest des Heren vuurt ons aan / de heilige tekens te verstaan.
5 Wij zullen naar zijn land geleid / doorleven tot in eeuwigheid
en zingen bij zijn wederkeer / een nieuw gezang voor God de Heer.
Ds. Willy Metzger

