Evangelisch-Lutherse Gemeente Het Gooi

Logo PKN

Hoe kun je liefde gebieden?

Een vraag niet alleen bij de eerste brief van Johannes
Deze vraag kwam nadrukkelijk bij mij op bij een van de teksten waar ik een korte meditatie over mocht schrijven voor het volgende Luthers Dagboek. In het stuk uit bovengenoemde brief van de apostel Johannes wordt dit gebod van het liefhebben in het 4de hoofdstuk als volgt onder woorden gebracht: “Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, moeten we elkaar liefhebben.”

Liefhebben op bevel
Is dat ‘moeten liefhebben’ een soort anoniem bevel? Nee, kun je terecht meteen denken, zo werkt het niet in de relationele sfeer. Opgelegde en afgedwongen zaken werken niet als het om liefde gaat. De basis van liefde is een andere en daarvan getuigt ook het over en weer dat in deze brief aan de orde komt.

Wij zijn diegenen die eerst worden aangesproken, die het eerst in het licht van Gods liefde worden gesteld en die staande in dit licht mogen, willen of kunnen antwoorden. In de richting van God en in de richting van de mensen om ons heen. Dit moeten is niet zomaar een moeten, er gaat iets aan vooraf. Je kunt liefhebben omdat je al lang gezien, gekend en geliefd bent door God. Doordat we een glimp hebben mogen opvangen van Jezus. Van zijn leven, zijn dood en zijn opstaan voor ons.

Liefde is meer dan alleen een romantisch gevoel
Misschien moeten we ook het romantische begrip van liefde, als een gevoel, inclusief de vlinders in de buik, loslaten. Niet dat dat gevoel er niet mag zijn, maar in de Bijbelse optiek is liefde veel meer dan de aantrekkingskracht tussen twee mensen. Het is een levenshouding, a way of life, van hoe je zorgzaam en behoedzaam met elkaar omgaat.

Het gaat om de manier waarop je elkaar tot je recht laat komen, hoe je elkaar tot zegen bent en elkaar de ruimte geeft om te leven, te groeien en te bloeien. Niet alleen als twee mensen samen, maar vooral ook als grotere gemeenschap, als gemeente. Met alle verschillen die de mensen rijk zijn, maar door de roep van Christus en zijn liefde elkaar hebben gevonden. 

Over de letterlijke betekenis van het woord liefde
Niet de emotie en/of het gevoel staan voorop, maar dat wat je liefhebt staat voor jou, om wat voor reden dan ook, op de eerste plaats. Liefhebben is dus in eerste plaats een keuze maken. Maar een keuze hoeft niet te betekenen dat al het andere niet meer belangrijk voor je is.

Met liefhebben geef je nadrukkelijk je voorkeur aan, net zoals je Bijbels gezien met haten aangeeft dat je aan dat wat je ‘haat’ geen prioriteit verleent. Dus ook hier veel minder een puur met emoties verbonden betekenis. Als Jezus bij Lucas zegt: “Wie niet haat vader moeder, …” wordt daarmee de vraag gesteld naar hoe belangrijk de band met je familie, je traditie is ten opzichte van het evangelie en niet dat je een bloedhekel aan je familie moet krijgen om Christus te kunnen volgen.

Liefde heeft Bijbels gezien een zeer sociale betekenis
De sociale betekenis van liefde komt nadrukkelijk tot uitdrukking in wat we in onze gemeente bijvoorbeeld met Witte Donderdag vieren, een agapè(-maaltijd). Waarbij in de oudheid het woord voor liefde (agapè) voldoende was om uit te drukken dat een maaltijd werd gedeeld. Dat er voor iedereen, arm en rijk, plaats was aan de tafel en genoeg te eten.

In die zin gaat het bij liefde nadrukkelijk om de tussenmenselijke verhoudingen ook in bredere zin. Niet alleen om de liefde tussen twee mensen, maar om de verhoudingen in de grotere gemeenschap. Liefde in Bijbelse zin vindt uitdrukking in daden van toewijding, zorg en loyaliteit. (zie R.Zuurmond, God en de moraal, 2018)

Gekozen door de liefde in plaats van kiezen voor de liefde
Liefhebben is geen universele, morele norm die je wordt opgelegd, zeker niet in de Bijbel. Daar kies je ook niet voor de liefde en hoef je geen keuze te maken. Je wordt hooguit door de liefde gekozen. Je hebt niet lief op bevel, maar veeleer op uitnodiging. Maar dan wel op een manier waardoor je helemaal in beslag genomen wordt.

Gesteld in het licht van Gods liefde, in het licht van zijn toewijding, vraagt zijn liefde, het aangesproken zijn door Hem en deze verbondenheid dat wij een antwoord bieden. In die zin misschien toch wel een zeer heilig, of beter een apart ‘moeten’. 

Ds. Willy Metzger