Evangelisch-Lutherse Gemeente Het Gooi

Logo PKN

Over afdalen en advent

Het afdalen bij de brandende braamstruik
Onlangs bracht ik in de gesprekskring een schilderij van de brandende braamstruik ter sprake. Een moment dat in de bevrijdingsgeschiedenis waarin de Bijbel ons wil meenemen als cruciaal kan worden omschreven. Het begin van de bevrijding van het volk uit Egypte vindt plaats op de plek waar God met Mozes spreekt vanuit de brandende braamstruik waaruit Zijn stem krachtig klinkt. De HEER zei: ‘Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is, Ik heb hun jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord, Ik weet hoe ze lijden. Daarom ben Ik afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden’ (NBV). Daar begint het allemaal, bij deze herder die door God wordt aangesproken. En bij deze God die in actie komt, diep geraakt door de ellende die zijn volk meemaakt. Zijn eerste actie is neerdalen, naar zijn mensen toekomen en hen niet alleen laten.

Motief van het afdalen ook belangrijk voor advent
Diverse Bijbelteksten die in de adventsperiode vanuit de lutherse traditie te beluisteren zijn, pakken het motief van het afdalen op, soms in roepende en biddende vorm. Het klinkt dan bijvoorbeeld bij Jesaja 64,2: ‘omdat U de geduchte daden doet waarop wij niet durven hopen. Als U toch zou afdalen! De bergen zouden voor U beven.’ Het klinkt onzeker, slechts hopend op dat wat in het verleden is gebeurd nu weer zou kunnen gebeuren. Ook al lijkt God zo ver weg en zo verborgen. Jesaja wil ons bemoedigen de hoop op verandering en bevrijding niet los te laten en deze God te blijven verwachten.

Afdalen in een kwetsbaar mensenkind
Het nieuwe testament herkent het afdalen van God in het bijzondere en kwetsbare mensenkind, wiens geboorte wij met advent verwachten en vieren met kerst. Zo menselijk als het maar kan, komt God naar ons toe om dicht bij ons te zijn. Toch is het wel God die dat doet, zou Maarten Luther zeggen, daarbij nadrukkelijk vasthoudend aan wat de kerkelijke traditie de leer van de twee naturen van Christus noemt.

God en mens komen bij elkaar
Het wonder en geheim van het vroegchristelijke geloven is dat God en mens in Jezus Christus bij elkaar komen. En niet alleen in de gedaante van een mens zoals sommigen in de geschiedenis van de kerk wilden geloven. Hoe prachtig zijn idealen ook zijn.
In dat geval zou God op afstand blijven van wat er met ons gebeurt, op afstand van ons lijden en sterven. Het is ook niet zo dat alleen het goddelijke overheerst. In dat geval zou het lichaam van Jezus slechts een omhulsel zijn en niet onze angst en woede voelen, onze pijn, onze zorgen en ons leed. Met de twee naturen probeert de kerkelijke traditie dit geheim, met alle beperkingen die woorden kunnen hebben, open te houden. Dit koningskind, geboren in Bethlehem is waarlijk God en mens tegelijk. Daarbij is belangrijk om te beseffen dat niet een mens in de Bijbel wordt vergoddelijkt, maar dat de God die is afgedaald menselijk blijkt te zijn.

Komt tot ons, de wereld wacht
Dit samenkomen van God en mens in deze unieke mens van Nazareth vieren we met kerst en daar heeft Luther, didactisch en vasthoudend als hij was, een prachtig lied over geschreven. Een lied waaruit een kinderlijk vertrouwen spreekt en dat we in deze tijd misschien wel extra nodig hebben. Vertrouw op dat wonderbaarlijke. Opdat God ‘gewoon’ is afgedaald. Laat deze gebeurtenis je rust en kracht schenken en je bemoedigen. Je mag je steentje bijdragen aan Gods koninkrijk, maar God draagt eerst zijn steentje bij en zet ons in het stralende licht van zijn barmhartigheid en genade. In de vertaling van J.W. Schulte Nordholt staat onderstaand lied van Luther als lied 433 in ons liedboek. Het is geënt op een oude hymnus van kerkvader Ambrosius.

Ds. Willy Metzger

1
Kom tot ons, de wereld wacht
Heiland kom in onze nacht
licht dat in de nacht begint,
kind van God, Maria’s kind.

2
Kind dat uit uw kamer klein
als des hemels zonneschijn
op de aarde wordt gesteld,
gaat uw weg zoals een held.

3
Gij daalt van de Vader neer,
tot de Vader keert Gij weer,
die de hel zijt doorgegaan
en hemelwaarts opgestaan.

4
Uw kribbe blinkt in de nacht
Met een ongekende pracht.
Het geloof leeft in dat licht
waarvoor al het duister zwicht.

5
Lof zij God in’t hemelrijk,
Vader, Zoon en Geest gelijk,
nu en overal altijd
nu en tot in eeuwig.

(Tekst: Martin Luther, vertaling JW.Schulte Noorholt)