Evangelisch-Lutherse Gemeente Het Gooi

Logo PKN

"Toekomst van de kerk is niet aan ons”

Maar aan God
Ds. René de Reuver, scriba van de Generale Synode van onze Protestantse Kerk (zeg maar de secretaris generaal) zegt met het oog op de toekomst van de kerk de komende 20 jaar stellig: “Wij zijn niet geroepen om de kerk te redden – daar zorgt God voor”. Een troostende en bemoedigende uitspraak, ook voor ons als Evangelisch-Lutherse Gemeente Het Gooi, die in de komende periode ons kerkgebouw in Hilversum aan de reguliere eredienst onttrekt en verder op zoek gaat naar een herbestemming van dit kerkgebouw. Waarbij duidelijk is, dat wij als gemeente in de toekomst geen gebruik meer zullen maken van dit kerkgebouw.
Visie sluit aan bij Luthers begrip van rechtvaardiging
Deze uitspraak, het is niet aan ons maar aan God, sluit mijns inziens naadloos aan bij de visie op rechtvaardiging door het geloof die voor Luther zo belangrijk was en zeker niet door wat voor werken dan ook. Gods geloof, Gods vertrouwen in ons, zijn vasthoudendheid aan ons gaat ons verstaan en ons begrijp te boven en ook op welke manier dit geloof hier in ons land verder gestalte zal blijven krijgen. Wij zijn de eersten niet, maar ook niet de laatsten. Als we maar op een zo goed mogelijke en voor ons passende manier verder gaan met antwoorden op die roep, dit aangesproken worden, dat ons geschonken wordt in en door de verhalen die ons bijeen roepen.
Wij zijn de eersten niet, die een kerkgebouw moeten sluiten
En zoals het er de komende jaren naar uit ziet hier in Nederland, hier in onze westerse samenleving, zijn we ook de laatsten niet die dat moeten doen. Het blijft een zwaarwegende, verreikende en ook emotionele beslissing, die we, wel samen en vooral gedragen door de leden oorspronkelijk afkomstig uit Hilversum konden nemen. Een beslissing die we gelukkigerwijze niet hoefden te nemen uit geldzorgen, maar omdat we steeds duidelijker te maken krijgen met het feit dat we met steeds minder mensen het werk voor de gemeente moeten doen. En twee kerkgebouwen draaiende te houden, met onderhoud, verhuur en alles wat erbij komt kijken, ook al besteden we veel uit, was met het oog op de mogelijkheden van onze gemeente “niet meer te doen”, zoals een van onze Hilversumse kerkenraadsleden het tijdens de belangrijke gemeentevergadering vorig jaar in het voorjaar onder woorden bracht.
Wat staat ons dan wel te doen
In alle gebrokenheid elkaar als gemeenteleden blijven vasthouden en bij ons geloof, ons vertrouwen laten bepalen. Geloven, juist in de zin van vertrouwen, is en blijft een vorm van luisteren naar, een vorm van gehoor geven aan een stemmetje, hoe klein en storend ook, buiten je zelf. Geloven dat is ook, heel anders dan de trend niet alleen van onze tijd, je autonomie inleveren, erin mee gaan dat je het niet zelf voor het zeggen kunt hebben, geloven dat is iets wat je niet alleen doet. De kerk van alle tijden en plaatsen is en blijft die gekke plek waar samen naar Woorden geluisterd wordt die je mee willen nemen in een ander verhaal, in het verhaal van de Ander misschien. En gaat het niet meer op die ene plek dan misschien toch nog op de andere.
Kunnen we nog “toekomst zien in de kerk”
Het boek met de gelijknamige titel van Leo Fijen en Anselm Grün bracht ik al een keer eerder in een overweging ter sprake. Een belangrijk punt in hun gedachtegang is: ook al ben je aan het krimpen en komt er veel op je af als gemeente van Christus, je hebt letterlijk en figuurlijk een hoop te vertellen, van een hoop die in ons is. Of zoals het in de eerste brief van Petrus staat: Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden. Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect. (1Petrs 3,15)
Een uitnodigende gemeenschap blijven
Van en door deze goede hoop, voortkomend uit het vertrouwen van deze onze God die zich zo menselijk, zo kwetsbaar als het maar kan, in deze ene mens uit Nazareth met ons verbonden heeft, mogen we elkaar vasthouden en elkaar bemoedigen en voor elkaar zorg dragen, dat we een uitnodigende open gemeenschap blijven rondom Woord en Sacrament.
Praktische kant
Dat is de ene kant van wat ons te doen staat en daar hoort m.i. ook de zeer praktische opdracht bij dat we bijvoorbeeld blijven zorgen voor vervoer voor alle gemeenteleden. Zodat die degene die dat willen en kunnen naar onze diensten en onze andere activiteiten kunnen komen.
Durf naar buiten te treden, met vallen en opstaan
Deze hoop, verbonden met deze tegendraadse boodschap van vertrouwen en compassie wil ons met de riemen die we hebben bemoedigen om voor Gods lof niet alleen naar binnen toe maar ook naar buiten toe iets te doen, telkens weer. Het liefst zo concreet mogelijk, zoals bijvoorbeeld de 7 goede werken aangeven met hongerigen spijzen, dorstigen laven, naakten kleden, vreemdelingen herbergen, om maar enkele te noemen. Juist met dit concrete doen en laten, met deze compassie en het voorleven daarvan heb je als gemeente iets te zeggen of ben je vooral werkelijk gemeente omdat je zoals Bonhoeffer het zei: gemeente voor anderen bent. Hopelijk krijgen we daartoe samen de komende jaren de kracht en mogelijkheden geschonken, ook al is het met vallen en opstaan.
Ds. Willy Metzger

 

Wij zijn de eersten niet (Niek Schuman)
Gebed bij twijfel

Wij zijn de eersten niet
die stil, maar woedend vrezen:
het is niet waar, dat koninkrijk
dat komt, het is een goed bedoeld,
begrijpelijk en vroom bedrog.
Wij zijn de eersten niet
die zuchten onder de geschiedenis:
één stroom van bloed, onafgebroken
series rampen, haat, geweld,
voortdurend vechten om te overleven,
en waarvoor, waarheen,
is er iemand die het antwoord weet?

Maar telkens weer kom ik U tegen,
op het spoor gezet door goede mensen,
betrouwbaar en eerlijk voor U,
en zij zijn U blijven vertrouwen,
in de donkere uren van hun leven
zijn zij de worsteling met U begonnen
en lieten U niet los, op hoop van zegen.
En telkens weer zie ik die ene mens
die eenzaam was en zelfs door U verlaten,
maar die U niet verliet, zijn vrienden hielp
en zei: Ik ben de waarheid en het leven
en wijs de weg naar God die liefde is.

Wij zijn de eersten niet,
wij laten U niet los
tenzij Ge ons zult zegenen.
Heer, ik geloof,
maar kom mijn ongeloof te hulp.