Evangelisch-Lutherse Gemeente Het Gooi

Logo PKN

Tot Gods eer?

Handreiking voor gesprekken over liturgie
In de generale synode van november 2017 werd naast alle ingrijpende beslissingen over de nieuwe structuur van de protestantse kerk en de nieuwe indeling van de classis aandacht besteed aan de notitie van de hand van hoogleraar liturgie Marcel Barnard met de titel “Tot Gods Eer – Handreiking voor gesprekken over liturgie”. Deze notitie is behandeld en zal nu, zo is de hoop van de synode, in gemeenten als leidraad dienen om in gesprek te komen over liturgie en eredienst, waar dat nodig is.

Discussie over de veelkleurigheid van de protestantse liturgie
Komend vanuit een grote veelkleurigheid en verscheidenheid in liturgische vormen is een vraag voor de synode: waar zijn de grenzen van het “alles kan”, en wat zijn de daarmee verbonden theologische grondgedachten die een protestantse liturgie typeren en dus met een protestantse eredienst verbonden zijn.

Herkennen wij ons als lutherse gemeente in deze kenmerken
Marcel Barnard verwoordt zeven typerende aspecten van de protestantse eredienst.
De drie eerste aspecten daarvan herken ik zeker makkelijk als belangrijk voor onze diensten en die wil ik hier in het bijzonder noemen:
Het aspect van Woord en antwoord. Marcel Barnard verwoordt dit als volgt: “De eredienst is een dienst van God aan mensen, die de dienst van mensen aan God oproept, draagt en omvat.” De gemeente komt niet uit zichzelf samen of om een of ander willekeurig doel, maar omdat we ons door God geroepen weten. We zijn een gemeenschap die deze roep probeert te horen, te verwoorden en te leven. Dat is ons antwoord op deze roep, op dit aangesproken worden. Niet zoiets als de macht der gewoonte is de basis van ons vieren en samenkomen, maar dat we ons aangesproken weten door deze God en de verhalen waarin hij tot ons wil spreken. De bijbel, het sola scriptura, is hierbij ons richtsnoer maar wel zo, als dat ook verwoord is in onze visie en missie. Het gaat om het levende woord en de ontmoeting met de Levende.
Dit is dan ook meteen het tweede aspect dat in deze notitie is verwoord: “Protestantse eredienst is dienst aan het woord van God, en dat betekent dat zij de levende ontmoeting is tussen God en de gemeente.” In ons beleidsplan zeiden we “het gaat om de `viva vox’ ”, het levende woord dat ons telkens weer aanspreekt in onze situatie, hier en nu en vooral niet om een letterlijke interpretatie van kaft tot kaft. Deze ontmoeting met het levende Woord komt ook tot uitdrukking in het over en weer van de liturgie en het horen van het Woord en het antwoorden van de gemeente. Dit aspect van de levende ontmoeting tussen God en de gemeente krijgt in onze opbouw van de dienst expliciet ruimte met bijvoorbeeld de vaststaande gezongen responsen. Dat mogen we telkens weer beseffen.
Het derde aspect dat ik nadrukkelijk bij ons vieren herken is het sacramentele van de eredienst. Woord en sacrament, woord en teken en symbool zijn in ons vieren met elkaar verbonden. Geloof is niet alleen iets voor tussen de oren. Het is verbonden met een levenshouding. De sacramenten en symbolen bij het vieren leggen die verbinding. In de notitie is dat als volgt verwoord: “Geloof gaat niet alleen over onze overtuiging en over woorden maar minstens zozeer over ons lichamelijk bestaan op deze aarde. Daarom vraagt de omgang met water, brood en wijn om de grootste zorgvuldigheid.”.

Zijn dit overbodige vragen voor onze gemeente?
Ook veel van de andere aspecten kan ik terugvinden in ons vieren. Maar is zo’n gesprek over hoe wij samen vieren overbodig? Met name de vraag naar de grenzen is in onze gemeente met haar gehechtheid aan de zogenaamde Lutherse Liturgie weinig aan de orde? Maar andersom geldt de vraag misschien wel. Blijft onze liturgie een passende kleurrijke mantel of wordt het als een keurslijf ervaren? Verder gaat eigenlijk een vraag, die met het vierde aspect is verbonden, waar het gaat om de beweeglijkheid en dynamiek van de liturgie.

Wat vinden wij belangrijk voor en vanuit de eredienst?
De beweeglijkheid van de Geest blijft ons uitdagen en dat is verwoord in deze vraag: “Telkens zullen we ons de vraag moeten stellen of de vaste vorm van onze liturgie de beweeglijkheid van het woord nog dient.” Dus ook voor de geoefende bezoeker van de diensten op zondag rijst hieruit de vraag of ons vieren past bij de boodschap van het evangelie, past bij de boodschap die ons aanspreekt en raakt en die we willen uitdragen.
Dienst aan God – dienst aan de wereld?
Liturgie betekent letterlijk dienst en hangt daarom ook samen met die andere dienst in de wereld, het diaconale aspect van ons gemeentezijn. De dynamiek van de liturgie op zondag daagt ons uit om dit aangesproken worden door Gods liefde in Woord en Sacrament uit te dragen in de wereld in woorden en daden, in het dienen van de medemens en het helpen bij diens noden. Veel stof ook voor ons om hierover met elkaar in gesprek te blijven.
Ds. Willy Metzger