Evangelisch-Lutherse Gemeente Het Gooi

Logo PKN

Marcus van der Heide (Rhenen *1943) stelt zich voor

Als docent Klassieke Talen belandde ik in 1968 in Zeist, waar ik orgellessen ging nemen bij Hans Erné in Utrecht in de Nicolaikerk, waar het Marcussenorgel de grote doorbraak in de moderne orgelbouw was. Hij liet me ook meedoen aan het Orgelconcours voor amateurs in de Domstad. In 1972 werd ik benoemd aan het Willem de Zwijger in Bussum. Onder de hoede van Peter den Ouden in Huizen bereikte ik nog een keer de finale van het concours.

Mijn start als organist was in Almere Haven. Ik kreeg de zoon van Ds. Verbaas, als protestantse predikant daar benoemd, in de klas, en ik werd de eerste organist in het Nieuwe Land: in een bovenzaaltje in het café waren de gezamenlijke/oecumenische diensten met de Katholieken. Toen het kerkgebouw De Goede Rede neergezet was, gingen katholiek en protestant weer uit elkaar met gescheiden vieringen, maar de ervaring met de katholieke eredienst liet zijn sporen na: zelf van protestantse huize ben ik prompt 27 jaar ‘katholiek organist’ geworden (in Badhoevedorp vijf jaar lang fulltime). Bijzonder was dat toen zowel in de Spiegelkerk (waartoe ik behoorde) als in Almere Haven het nieuwe orgel werd gebouwd door de Firma Verschueren, maar ze werden totaal verschillend: dat van Almere Haven “meer Frans” (orgeladviseurs Hans Erné en Bernard Bartelink), en de Spiegelkerk (met Martin Kamminga als adviseur) “neo-barok”.

Na tien jaar van katholiciteit trok het Gooi aan alle kanten aan me. Met de vrije tijd bij het onderwijs kon ik overal en nergens vooral rouw- en trouwdiensten spelen. Een eerste ‘vast stekkie’ werden de Remonstranten, tot zij een vaste cantor-organist benoemden. Daarna werd het een mix van VU-Ziekenhuis, Protestantenbond, Doopsgezinden enz., naast de 17 jaar Flat Kerkelanden op zaterdagavond. Ook de Lutheranen wisten me uiteraard te vinden, met name ook door de activiteiten van Fred Bos: de buurtconcerten in de lutherse kerk en de zondagmiddagconcerten in Naarderheem. Ik speel nog steeds in Naarderheem om de 14 dagen (vroeger zelfs 3x in de maand en wekelijks in het Transitorium/Ziekenhuis).

Ik rond af: er gaat niets boven samen muziek maken, of dat nu gaat om de gemeente, een koor of instrumentalisten. Bij diverse koren zat ik vroeger op de laatste repetities voor een uitvoering achter de piano, bij Toonkunstkoor Bussum kom ik op woensdagavond nog altijd een halve repetitie pianospelen. Naast het actief musiceren schrijf ik - behalve over de letterkunde van het Gooi - even graag over ‘Gooise’ musici, waartoe bv. ook een Anton Beuving met zijn Ketelbinkie (“Toen wij uit Rotterdam vertrokken”) behoort. Het zingen van de lichte muze en de evergreens van vroeger met de oudere generaties in diverse zorgcentra is mij dan ook even lief als de begeleiding van de zondagse gemeentezang.
Marcus